info@vhn.org030 - 693 00 40
English  Deutsch

FAQ

Veelgestelde vragen

Dit zijn de onderwerpen waar veel vragen over gesteld worden. Is uw vraag na het lezen van deze onderwerpen nog niet beantwoord, dan kunt u altijd contact met ons opnemen.

Wat is verduurzaamd hout?

Verduurzaamd hout is hout dat door toepassing van een verduurzamingsmiddel langdurig wordt beschermd tegen aantasting door schimmels, insecten en bacteriën. 

Wanneer een houtsoort van nature weinig duurzaam is (of wanneer er veel spinthout aanwezig is) èn bouwkundige maatregelen niet kunnen garanderen dat het vochtgehalte altijd lager blijft dan 20% - zodat schimmelaantasting daardoor wordt voorkomen - moet hout kunstmatig worden verduurzaamd. Dat geldt zeker voor allerlei buitentoepassingen zoals hout dat in contact komt met de grond of met water.

De duurzaamheid van hout

De natuurlijke duurzaamheid van hout hangt sterk af van de houtsoort en de verhouding tussen de aandelen kernhout en spinthout. De harde binnenkant van een stam levert kernhout. Spinthout is het hout dat aan de buitenzijde van de stam is gelegen. De natuurlijke duurzaamheid van houtsoorten wordt ingedeeld in 5 klassen. Deze duurzaamheidklassering is gebaseerd op de weerstand van het kernhout tegen schimmelaantasting maar zegt niets over de weerstand tegen insectenaantasting. Spinthout is nooit duurzaam. Dat geldt ook voor het spinthout van (tropisch) hardhout.

Niet alle tropische houtsoorten hebben een grote natuurlijke duurzaamheid. Europese loofboomsoorten worden soms aangeduid als Europees hardhout (naar het Engelse hardwood voor loofhout), maar alleen het kernhout ervan is soms duurzaam (bijv. eik). Hoewel beuken bijvoorbeeld een harde houtsoort is, is beuken niet duurzaam en dus ongeschikt voor toepassing buiten. En er zijn in Nederland naaldhoutsoorten met een relatief hoge natuurlijke duurzaamheid (bijvoorbeeld Lariks en Thuya)

Houtverduurzaming en klimaatdoelstellingen

De klimaatdoelstellingen zijn gericht op het verminderen van de hoeveelheid broeikasgas (vooral CO2) in de atmosfeer. Het gebruik van hout draagt hieraan volop bij doordat in hout CO2 is vastgelegd. In iedere m3 hout is ongeveer 0,9 ton CO2 opgeslagen. Daarnaast bespaar je door het gebruik van hout een andere grondstof, zoals aluminium, staal of beton. Met iedere m3 hout die een andere grondstof vervangt, bespaar je zelfs gemiddeld 1,1 ton CO2 emissie in de atmosfeer. Tel de 0,9 ton CO2 die in het hout is vastgelegd daarbij op, en je snapt dat het gebruik van een m3 hout 2 ton CO2 bespaart.

Zolang hout (bijvoorbeeld als bouwmateriaal) intact blijft, komt de opgeslagen CO2 niet vrij. Pas wanneer hout wordt verbrand of wanneer het door natuurlijke processen wordt afgebroken, komt de CO2 weer vrij in de atmosfeer. Door hout te verduurzamen en daarmee te beschermen tegen natuurlijke afbraak, verleng je de levensduur. Dat betekent dus dat het verduurzamen van hout ook het vrijkomen van CO2 afremt! Verduurzaming van hout draagt op deze manier dus bij aan het verkleinen van de klimaatproblematiek.

Voordelen van verduurzaamd hout ten opzichte van andere materialen

Hout is de enige hernieuwbare grondstof: duurzaam bosbeheer zorgt ervoor dat er nooit méér hout wordt geoogst dan er bijgroeit. Het is bovendien het materiaal dat de minste energie kost om van grondstof een eindproduct te maken.

Hout heeft een grote sterkte bij laag gewicht, is veerkrachtig, neemt vocht op en staat het ook weer af, is vrijwel ongevoelig voor temperatuurwisselingen en voelt ook in de winter nog warm aan. Hout heeft geluidabsorberende eigenschappen en een grote weerstand tegen aantasting door chemische stoffen. En verder is hout makkelijk en met eenvoudige gereedschappen te bewerken.

 

Verduurzaming van hout zorgt ervoor dat de natuurlijke duurzaamheid wordt vergroot. Dit gebeurt vooral door het spinthout te behandelen met een middel dat de natuurlijke afbraak van hout afremt. Deze behandeling zorgt ervoor dat het toegepaste hout een langere levensduur krijgt. Dat betekent dat het minder snel hoeft te worden vervangen en het zorgt voor een nog langduriger opslag van de CO2 die tijdens de groeifase in het bos in het hout is opgeslagen.

Levensduur van verduurzaamd hout

Afhankelijk van de gebruikte houtsoort, van het soort verduurzaming en van de gewenste gebruiksduur kan de levensduur van verduurzaamd hout meerdere decennia zijn.

Als vuistregel kan worden gesteld dat verduurzaamd hout in dezelfde omstandigheden twee tot vijf keer zo lang mee gaat als onbehandeld hout. Veel hangt ook af van de toepassing en de zogenaamde detaillering van het gebruikte hout. De leverancier van verduurzaamd hout kan voor specifieke projecten garanties voor de levensduur geven.

Redenen voor verduurzaming van hout

Als hout van nature niet duurzaam genoeg is om in een toepassing de gewenste levensduur te garanderen is verduurzaming noodzakelijk. De stelregel is: verduurzamen moet, maar alleen daar waar nodig.

Net als alle andere materialen is ook hout niet een eeuwigdurende gebruiksduur gegeven. Zoals roest, corrosie, slijtage, verwering bij andere materialen horen, zo hoort schimmelaantasting bij hout: het is een natuurlijk afbraakproces dat, net als bij andere materialen, vooral in contact met vocht leidt tot aantasting. En net als bij andere materialen is een verduurzamende behandeling nodig om een verlengde gebruiksduur mogelijk te maken.

Onderhouden van verduurzaamd hout

Het is voor de weerstand tegen aantasting niet nodig om verduurzaamd hout later nog te behandelen. Verduurzaamd hout is onderhoudsvrij. Maar het oog wil ook wat. Na verloop van tijd zal ongeschilderd hout van kleur veranderen door de invloed van het ultraviolet in het zonlicht en op vochtige plaatsen kan een groene algenaanslag ontstaan.

Dat kan worden voorkomen of verwijderd door te kiezen uit het brede scala van kleurafwerkproducten, cleaners of refreshers dat bij de vakhandel, tuincentra of bouwmarkten te koop is.

Het herkennen van goed verduurzaamd hout

Het kwaliteitskenmerk is KOMO. Goed geïmpregneerd hout dat voldoet aan alle daaraan in Nederland gestelde eisen is herkenbaar aan een merkplaatje met het KOMO logo met een aanduiding voor welke soort van gebruik het hout geschikt is.

Verduurzamingsbedrijven die het KOMO label mogen voeren worden door een onafhankelijke instituut periodiek gecontroleerd op hun werkwijze. Het KOMO label bevat een verwijzing naar het bedrijf dat de verduurzaming heeft uitgevoerd waardoor altijd is na te gaan wanneer en hoe het hout is behandeld. Omdat het vaak niet doenlijk is om elke plank of paal te voorzien van zo'n merkplaatje wordt soms volstaan met het merken van bundels rondhout of pakketten met gezaagd hout.

Te gebruiken houtsoorten voor verduurzaming

Er zijn biologische verschillen in de opbouw van het hout die maken dat niet elke houtsoort even goed houtverduurzamingsmiddel opneemt. Kernhout is bij geen enkele houtsoort goed indringbaar. Verduurzamingsmiddel dringt bij vurenhout niet dieper in dan een paar millimeter. Bij het spinthout van grenen, lariks, douglas en inlandse eik is indringing van meerdere cm. gebruikelijk. Amerikaanse eik daarentegen gedraagt zich weer meer als vurenhout.

Dat hoeft allemaal geen probleem te zijn zolang het hout maar niet beschadigt of inscheurt door droging of 'werken'. Dan kan namelijk alsnog onbehandeld spinthout bloot komen te liggen voor aantasting door schimmels.

Veilige toepassing van verduurzaamd hout

Hout dat professioneel is verduurzaamd is veilig toe te passen. Misverstanden hierover ontstaan soms omdat eigenschappen van het middel waarmee hout wordt verduurzaamd ten onrechte ook worden toegeschreven aan het hout dat met dat middel werd behandeld. Allerlei studies in binnen- en buitenland hebben aangetoond dat verduurzaamd hout veilig is voor gebruik in speeltoestellen, in groente- en siertuinen, picknicktafels en -banken, pergola's, compostbakken, bloembakken, schuttingen e.d.

Evenals bij het verwerken van andere bouwmaterialen moeten handschoenen worden gebruikt en in professionele situaties waar veel hout wordt verwerkt is ook oogbescherming en gebruik van een stofmasker standaard praktijk. Epidemiologisch onderzoek over vele jaren bij medewerkers van houtverduurzamingsbedrijven en houtbewerkers toonden aan dat bij hen niet meer en niet minder ziektes voorkomen dan bij andere beroepsgroepen.

Gebruik roestvrij bevestigingsmateriaal als spijkers en schroeven omdat het anders kan gebeuren dat na verloop van jaren het hout nog in prima conditie is terwijl de bevestigingsmaterialen al zijn verroest.

Bouwregelgeving over verduurzaamd hout

De norm NEN-EN 460 (1994) geeft aan wanneer hout dient te worden verduurzaamd. In deze norm wordt voor vijf verschillende gebruiksklassen omschreven hoe duurzaam het hout moet zijn dat wordt toegepast. Voor de duurzaamheidsklassering wordt verwezen naar een andere norm: NEN-EN 350-2 (1994). Daarin wordt omschreven dat de duurzaamheid wordt bepaald aan de hand van de rotweerstand van KERNhout dat in contact is met de grond in een gematigd klimaat: zeer duurzaam is een gebruiksduur van meer dan 25 jaar. SPINThout is nooit duurzaam met een gebruiksduur van minder dan 5 jaar.

Verduurzaamd hout heeft ook in het concept Duurzaam Bouwen zijn plaats verkregen in specificatieblad S81.

Vereiste weerstand tegen schimmelaantasting per risicoklasse volgens NEN-EN 460. bouwregelgeving_groot.gif

Gebruikte verduurzamingsmiddelen

In Nederland worden alleen middelen gebruikt die ná beoordeling op grond van een wettelijke toelatingsbesluit zijn toegelaten. De beoordeling gebeurt door het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen die kijkt of er geen onaanvaardbare schadelijke nevenwerkingen zijn van het gebruik van het middel in de beoogde houttoepassingen.

Daarbij wordt steeds meer gewerkt op basis van Europees aanvaarde normen en criteria om zeker te stellen dat milieu en gezondheid geen onaanvaardbare risico's ondervinden.

Periodiek wordt die beoordeling herhaald om bij te kunnen blijven met de nieuwste inzichten. Hout dat in Nederland is verduurzaamd is daarom veilig.

Recycling van verduurzaamd afvalhout

Verduurzaamd hout dat niet meer opnieuw is te gebruiken en dat wordt afgedankt kan met het bouw- en sloopafval of met het grof huisvuil worden meegegeven dan wel op de gemeentewerf worden bezorgd. Via inzamelaars en verwerkers van afvalhout wordt allerlei afvalhout gesorteerd en opgewerkt in materiaal dat voor verschillende eindgebruikers geschikt is. Dat kan zowel de plaatmaterialenindustrie zijn, als binnen- of buitenlandse producenten van energie.

Evenzo vindt verbranding plaats in verbrandingsinstallaties van afvalverwerkers of de cementindustrie. Het is gebleken dat er dankzij geavanceerde rookreinigingstechnieken geen nadelige invloed is van het mee-verbranden van oud verduurzaamd hout. De as blijft even herbruikbaar.

Net als ander behandeld hout - geverfd, gelakt, gecoat, verlijmd - moet verduurzaamd hout niet in de open haard worden verbrand.

Verbranden is de eindgebruiksoptie waarmee de in het hout opgeslagen energie wordt teruggewonnen.

Gecreosoteerd hout

De Europese wetgeving die sinds 22 juni 2009 ook rechtstreeks in Nederland van kracht is, is verordening EG 552/2009 (verordening tot wijziging van bijlage XVII bij Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH))

Onder punt 31 hiervan staat dat:

  • creosootolie (met minder dan 50ppm Benzo-a-pyreen en minder dan 3% in water oplosbare fenolen) uitsluitend is toegelaten voor de behandeling van hout onder vacuüm-druk in industriële installaties of door professionele gebruikers;
  • Creosootolie / carbolineum niet aan consumenten mag worden verkocht en alleen in de handel mag worden gebracht in verpakkingen van meer dan 20 liter;
  • Gecreosoteerd hout dat aldus is behandeld mag uitsluitend door professionele gebruikers en in industriële toepassingen worden gebruikt, bijvoorbeeld voor spoorwegen, bij transmissie van elektriciteit en telecommunicatie, voor omheiningen, voor agrarische doeleinden(bijv. palen ter ondersteuning van bomen) en in haveninstallaties en waterwegen.

Tweedehands producten (zoals bijv. bielzen) mogen voor hergebruik in de handel worden gebracht als het hout voor 31 december 2002 is behandeld (daarop is niet de beperking van het Benzo-a-pyreen gehalte en professioneel gebruik van toepassing).

Voor alle gecreosoteerd hout (nieuw èn tweedehands) geldt dat het niet mag worden gebruikt:

  • binnen gebouwen, ongeacht de bestemming ervan;
  • in speelgoed;
  • op speelplaatsen;
  • in parken, tuinen en andere voorzieningen voor recreatie en vrijetijdsbesteding buitenshuis, indien het gevaar bestaat dat dit hout regelmatig met de huid in aanraking komt; 1)
  • voor de vervaardiging van tuinmeubilair, zoals picknicktafels;
  • voor de vervaardiging, het gebruik en de hernieuwde behandeling van:
    - kweekbakken;
    - verpakkingen die in aanraking kunnen komen met voor menselijke en/of dierlijke voeding bestemde onbewerkte producten, tussenproducten of eindproducten;
    - ander materiaal dat de hierboven genoemde voorwerpen kan verontreinigen.

 

AFWIJKINGEN IN NEDERLAND ZIJN BEËINDIGD SINDS 1 JUNI 2013

In Nederland was op een aantal punten afwijkende regelgeving van toepassing voor gecreosoteerd hout. Die regelgeving is opgenomen in het (Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke stoffen), 4 juni 1996.
Bij besluit 2009/C130/03 deelde de Europese Commissie mee dat de toestemming aan Nederland om de strengere nationale bepalingen te hanteren op1 juni 2013 eindigt. De Europese commissie heeft Nederland op 8 maart 2013 laten weten dat er ook geen mogelijkheid meer zal worden gegeven om de uitzonderingsstatus te laten voortduren Bericht van de E.C. Dat betekent dat tweedehands gebruik van gecreosoteerd hout weer mogelijk is en ook dat in parken, tuinen en andere voorzieningen voor recreatie en vrijetijdsbesteding buitenshuis gecreosoteerd hout weer is toegelaten tenzij er gevaar bestaat dat het hout regelmatig 1) met de huid in aanraking komt.

NIEUWE EUROPESE WETGEVING

Met besluit 2011/71/EU van de Europese Commissie is nieuwe wetgeving van kracht geworden voor creosootolie. Door opname ervan in de biociderichtlijn is creosootolie toegelaten tot 30 april 2018. Deze wetgeving moet door alle lidstaten zijn omgezet in nationale wetgeving op uiterlijk 30 april 2012 en de lidstaten moeten deze wet toepassen vanaf 1 mei 2013. Toelatingsbesluiten moeten door de lidstaten uiterlijk 30 april 2015 zijn genomen. In Nederland is dit besluit op 15 augustus 2011 in de Staatscourant opgenomen als mededeling MbEG-2011-1b van het College voor de toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB)

Aan de nationale toelating van creosootolie kunnen nationale voorwaarden zijn verbonden. Elke lidstaat moet uiterlijk op 16 juli 2016 aan de EC verslag indienen van de toelatingsbeslissing die moet zijn gestoeld op een analyse van de technische en economische haalbaarheid van vervanging van gecreosoteerd hout. Het ontbreken van passende alternatieven moet worden gerechtvaardigd en er moet worden aangegeven hoe de ontwikkeling van alternatieven wordt bevorderd. Over toepassingen waarvoor géén alternatieven zijn organiseerde de EC een publieke enquête. De uitkomst ervan is gebruikt bij de beslissing creosoot te blijven toelaten omdat er onvoldoende alternatieven beschikbaar zijn

In punt 11 van het besluit wordt met zoveel woorden gezegd dat gecreosoteerd hout in contact met oppervlaktewater niet toelaatbaar is. Niet alle mogelijke toepassingen van met creosoot behandeld hout zijn al op EU niveau beoordeeld. Dat is wel het geval met bielzen.
De beperkingen voor de toepassing van gecreosoteerd hout uit punt 31 van de eerder genoemde Europese verordening EG 552/2009 blijven onverminderd van kracht.

 

1) Volgens het Britse Department of Trade & Industry is de betekenis van regelmatig huid contact: “Frequent could be defined as “happening or occurring often or at short intervals”. In the context of the creosote directive, frequent skin contact could be considered as repeated (habitual) contact of the skin with, for example, creosote-treated railway sleepers. Habitual practices such as constant sitting, leaning against, laying on, walking on creosote treated wood could be considered as frequent skin contact if there is no barrier between the skin and the treated wood. A person constantly handling creosote treated wood, especially with gloves, as part of their job (daily routine) could be said to be making frequent skin contact with creosote.”